De moderne keuken is misschien wel de slimste ruimte in huis geworden. Ovens herkennen gerechten via een camera, kookplaten communiceren met afzuigkappen, apps sturen recepten rechtstreeks naar apparatuur en AI vertelt ons precies hoe lang een zalmfilet nog nodig heeft. Zelfs de vraag ‘Wat eten we vanavond?’ hoeft u nauwelijks nog zelf te beantwoorden. Een paar ingrediënten invoeren en een algoritme doet de rest.

Maar soms bekruipt mij een ongemakkelijke gedachte. Wat gebeurt er eigenlijk als de stekker eruit gaat?
Die vraag is minder theoretisch dan hij een paar jaar geleden zou zijn geweest. Nederland kampt steeds vaker met netcongestie. Op piekmomenten wordt consumenten gevraagd het elektriciteitsverbruik te spreiden. Nieuwe woonwijken en bedrijven moeten soms wachten op een aansluiting omdat het stroomnet vol zit. En dan zijn er nog de onverwachte stroomstoringen, zoals recent in Tilburg, waar duizenden huishoudens tijdelijk zonder elektriciteit zaten. Dat zet je toch even aan het denken.
We investeren tegelijkertijd massaal in steeds intelligentere keukens. We kunnen op afstand de oven voorverwarmen, krijgen een melding als de lasagne klaar is en laten sensoren bepalen of de kip gaar genoeg is. Fantastische innovaties, die koken toegankelijker, nauwkeuriger en comfortabeler maken. Maar weten we eigenlijk nog hoe we water koken zonder inductieplaat?
Het klinkt bijna als een flauwe grap, maar de vraag is verrassend serieus. Als elektriciteit én internet tijdelijk wegvallen, hoe zelfredzaam zijn we dan nog? Weten we hoe we een eenvoudige maaltijd bereiden zonder digitale hulp? Kunnen we nog improviseren als het scherm zwart blijft en de app geen instructies meer geeft? Misschien moeten we daar eens over nadenken. Niet uit angst voor rampscenario’s, maar omdat technologie ons ongemerkt steeds afhankelijker maakt. Gemak is heerlijk, totdat gemak ineens niet meer beschikbaar is. En dan hebben we het nog niet eens gehad over iemand als Poetin die plots zou kunnen besluiten een paar strategische drones te laten dalen op Nederlands grondgebied. Met alle gevolgen.

Daarom wil ik pleiten voor een nieuw praktijkvak op school: ‘Overleven in de keuken als alles uitvalt.’
Hoe maak je een maaltijd met minimale middelen? Hoe gebruik je een gasbrander of campingkooktoestel veilig? Hoe bewaar je voedsel als de koelkast urenlang uitstaat? En misschien wel de moeilijkste opdracht van allemaal: een recept bereiden zonder één keer op je smartphone te kijken. Ik vermoed dat verrassend veel mensen daarvoor zouden zakken. Iedereen zal zich bovendien afvragen (en dat is goed!): hoe deden we dat toch honderd of tweehonderd jaar geleden?
Voor de keukenbranche zit daarin misschien wel een interessante gedachte. Innovatie hoeft niet alleen slimmer te worden; misschien mag ze ook robuuster worden. Apparatuur die niet alleen uitblinkt in connectiviteit, maar ook in eenvoud, betrouwbaarheid en gebruiksgemak wanneer de omstandigheden minder ideaal zijn. Want uiteindelijk draait een keuken niet om wifi, sensoren of kunstmatige intelligentie. Een keuken draait om koken. Om samen eten. Om creativiteit. En soms ook gewoon om het vermogen een pan water aan de kook te krijgen. En als het even tegenzit om… overleven.