Er is één zin of uitspraak die ik de laatste tijd steeds vaker hoor: “Ik kan niet koken, hoor.” En het wordt niet met schaamte uitgesproken, nee, eerder met een soort bevrijdende trots. Alsof het een overbodige vaardigheid is geworden. Een anachronisme. Net als telefoonnummers uit je hoofd kennen of kaartlezen met een papieren wegenkaart.
Ik snap het ergens wel. Waarom zou je nog leren koken als je met één klik een maaltijd aan huis hebt, als je koelkast zélf bijhoudt wat er op is, als je AI-receptensysteem suggesties geeft op basis van je stemming (ja, dat kan inmiddels), en je oven vanzelf weet hoe lang de lasagne erin moet? Inderdaad… het past allemaal in de tijdgeest van nu. Het is comfort, gemak, vooruitgang. Maar het is ook… verlies. Sterker nog: het is een énorm verlies!
We zijn namelijk massaal aan het verleren hoe je moet koken. Echt koken. Niet ‘pakketje openknippen en even roeren’. Maar: op gevoel een saus binden, proeven of iets gaar is, ruiken of je kruiden kloppen, paniek als iets aanbrandt maar toch doorzetten. Dát koken. En dus stel ik de ongemakkelijke vraag: wat als straks echt niemand het meer kan? Wat betekent dat voor de keukenbranche?

Gaan we keukens blijven ontwerpen die gebouwd zijn op vaardigheden die langzaam verdwijnen? Hebben we over tien jaar nog vijfpits gasfornuizen nodig, als niemand meer weet wat je met vijf pannen tegelijk doet? Moeten we inbouwstoomovens blijven promoten aan mensen die niet eens weten wat stomen is? Of wordt de keuken een soort high-tech cockpit die alles automatisch overneemt en de gebruiker degradeert tot passagier?
En als de gebruiker straks alleen nog maar hoeft te swipen, scannen of scrollen, wat blijft er dan over van de beleving? Van de trots? Van dat moment dat je iets op tafel zet en denkt: ik heb dit zelf gemaakt. Daar kan geen kunstmatige chef tegenop. De geur van gesmolten boter, het gesis van ui in de pan… die dingen leer je niet uit een app, die moet je voelen.
Misschien moeten we daar als branche iets mee. Misschien moeten we naast design, techniek en innovatie ook weer een beetje kookbasis inbouwen. Niet in de apparatuur maar in het verhaal. De showroom. De positionering. Misschien moet een keukenzaak niet alleen apparaten uitleggen, maar ook weer de kunst van het koken aanleren. Niet alleen vertellen wat een oven kan, maar waarom je überhaupt zou willen bakken. En hoe dat werkt zonder app. Gewoon op zicht. Op ervaring. Op geur.

Organiseer geen productdemo, maar een pasta-les. Geen korting op een blender, maar een lesje bouillon trekken. Want als we mensen weer leren koken, leren we ze ook weer de waarde van de keuken kennen.
Of — nog radicaler — misschien is het tijd dat we het hardop durven zeggen: de moderne mens is een kookleek. En in plaats van dat te verbergen onder een laag slimme technologie en voice control, kunnen we ook zeggen: “Geen zorgen, wij helpen je weer op weg.”
Want de waarheid is: wie niet kookt, weet ook niet wat hij mist. En wie het nooit leert, zal ook nooit trots kunnen zijn op die zelfgemaakte risotto waar je drie keer mee de mist in ging, maar die uiteindelijk… gewoon gelukt was. En juist dát is het moment waarop een keuken weer klopt.
Hoe mooi kan het keukenleven ooit weer worden.